Noordse Woelmuis krijgt beschermingsborden op de eilanden in het Veerse meer...

Waterschap Zeeuwse Eilanden en Stichting Landschapsbeheer Zeeland plaatsen borden met informatie over de Noordse Woelmuis op een aantal eilanden in het Veerse Meer


Het ministerie van LNV heeft in 2004 het Soortbeschermingsplan Noordse woelmuis opgesteld. Hierin staan specifieke maatregelen t.b.v. de Noordse woelmuis op de eilanden in het Veerse meer aangegeven. Internationaal gezien betreft het een zeldzame soort. Op het moment dat struiken en bomen de overhand krijgen kan deze soort niet meer gedijen.

SLZ heeft de taak opgevat om de voorgestelde maatregelen uit te voeren en dient sinds 2004 projecten in bij de Provincie Zeeland om deze maatregelen te financieren. Door vrijwilligersgroepen en via Maatschappelijke stages zijn op de Haringvreter (i.s.m. Staatsbosbeheer) en de Middelplaten (i.s.m. Natuurmonumenten) inmiddels werkzaamheden verricht. Er zijn ook 10 informatieborden gemaakt om een breder publiek te informeren over het beheer voor de Noordse woelmuis. In 2007 heeft Waterschap Zeeuwse Eilanden een plan laten opstellen voor het beheer van de eilanden in het Veerse meer. Hierin wordt onder andere op de Arneplaat, Schutteplaat en Mosselplaat voorgesteld om een aantal zwembaaien te laten dichtgroeien met riet. Dit is gunstig voor de Noordse woelmuis. In 2008 zullen de werkzaamheden ter verbetering van de leefomstandigheden van de Noordse woelmuis op diverse eilanden worden voortgezet. Dit zal ook gebeuren in het natuurgebiedje “De Wildernis” op Schouwen-Duiveland, waar de Noordse woelmuis ook is waargenomen.

Stichting Landschapsbeheer Zeeland
Postbus 286
4460 AR  Goes
T:            0113 – 230936
F:            0113 – 250955
E:            info@slz.landschapsbeheer.nl
W:            http://www.landschapsbeheer.nl/zeeland/

De noordse woelmuis (Microtus oeconomus)
Leefwijze en ecologie
(bron: zoogdierenvereniging VZZ)


Foto: © Wesley Overman

Er zullen maar weinig Nederlanders zijn die wel eens een noordse woelmuis gezien hebben. Dit kleine knaagdier heeft een onopvallende leefwijze en komt vooral voor in natte gebieden. In Nederland leeft een aparte ondersoort, die verder nergens voorkomt. Vanwege de versnipperde verspreiding en de achteruitgang is de noordse woelmuis op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland geplaatst.

Uiterlijk
De noordse woelmuis is een klein knaagdier en behoort tot de familie van de woelmuizen. Hij lijkt nog het meest op de aardmuis en de veldmuis, die beide wat kleiner zijn, en op de woelrat, die wat groter is. Meestal hebben noordse woelmuizen een donkerbruine rugvacht en een donkergrijze buikvacht, maar ook lichtere exemplaren komen voor. De staart is voor een woelmuis vrij lang: 40% van de lichaamslengte. De vrij grote, donkergekleurde achtervoeten hebben contrasterende witte nageltjes.

Afmetingen:
kopromplengte 10-14 cm
staartlengte 35-60 mm
gewicht 20-60 gram

Leefgebied en verspreiding
De noordse woelmuis leeft in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. De soort heeft een duidelijke voorkeur voor natte terreinen, zoals rietland, moeras, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Doordat de noordse woelmuis geen watervrees heeft, kan hij goed eilandjes bereiken, waar hij dan vaak als enige woelmuis voorkomt.
In gebieden waar geen andere woelmuizen leven, wordt hij ook wel aangetroffen in drogere gedeelten, zoals in wegbermen of zelfs in droog naaldbos.

De noordse woelmuis komt in Europa met name voor in Scandinavie en ten oosten van de Elbe. Geïsoleerde populaties bevinden zich in het grensgebied van Slowakije, Hongarije en Oostenrijk en in Nederland. De in ons land levende vorm wordt tot een aparte ondersoort gerekend, die nergens anders voorkomt. Het verspreidingsgebied valt uiteen in vier delen: Texel, het Friese merengebied, het Noord- en Zuid-Hollandse veenweidegebied en het deltagebied.

Leefwijze en voedsel
De noordse woelmuis is zowel overdag als 's nachts actief, maar vooral in de schemerperioden. Hij kan goed zwemmen en doet dit niet alleen noodgedwongen. De dieren kunnen goed graven, waarbij kleine 'molshopen' gevormd worden. De diameter van de holletjes bedraagt 3 tot 4 cm.
In ondiepe kamers worden 's winters voedselvoorraden bewaard. Het nest bevindt zich doorgaans bovengronds.
Net als de meeste andere woelmuizen is de noordse woelmuis een vegetariër op haar menu prijken allerhande plantendelen: groene delen van riet, biezen, zeggen en andere planten, maar ook wortels, zaden en schors.
Na een draagtijd van circa 3 weken kan een vrouwtje drie à vier keer per jaar 3 tot 7 jongen voortbrengen.

Sporen
Het is vrijwel onmogelijk om aan de hand van pootafdrukken, knaagsporen, uitwerpselen en andere sporen de aanwezigheid van noordse woelmuizen vast te stellen. Deze sporen lijken te veel op die van andere woelmuizen. Stengels van biezen worden, net als door de aardmuis, verknaagd tot lucifergrote stokjes.

Waarnemen en onderzoek
Door middel van het plaatsen van inloopvallen (live-traps) in geschikte terreinen is het goed mogelijk noordse woelmuizen te vangen.
In sommige streken kunnen schedels van noordse woelmuizen in braakballen van uilen aangetroffen worden. Deze kunnen herkend worden aan de vorm van de verhemeltespleten en van het kauwvlak van de eerste kies in de onderkaak.
Het huidige verspreidingsbeeld is vrijwel geheel ontstaan door onderzoek met live-traps en het uitpluizen van braakballen.

Bedreiging en bescherming
De Nederlandse populatie wordt beschouwd als een overblijfsel uit de laatste ijstijd (10.000 jaar geleden). De noordse woelmuis kwam toen tot aan de Alpen en in Engeland voor. Bij het terugtrekken van het landijs is hij in West- en Midden-Europa vrijwel overal verdwenen. In Nederland heeft hij zich tot nu toe kunnen handhaven, hoewel het verspreidingsgebied ingekrompen is en steeds meer versnipperd raakt.

In een aantal gebieden die altijd als bolwerk van de noordse woelmuis golden is de soort verdrongen door de veldmuis of de aardmuis of dreigt dit te gebeuren. Vooral het verdwijnen van drassig gras- en rietland is een oorzaak van de achteruitgang.

In de Noordoostpolder zijn bij het droger worden de noordse woelmuizen verdrongen door veldmuizen. Op Noord-Beveland heeft de veldmuis de noordse woelmuis teruggedrongen na de aanleg van twee dammen. In een deel van de Biesbosch heeft de aardmuis de plaats van de noordse woelmuis ingenomen, na het grotendeels verdwijnen van de getijdenbeweging. Op Texel, waar de noordse woelmuis waarschijnlijk de enige woelmuis was, is sedert 1985 het voorkomen van de aardmuis bekend. Het is nog niet duidelijk of de aardmuis ook hier een bedreiging voor de noordse woelmuis zal gaan vormen.

Het opheffen van isolatie in gebieden waar de noordse woelmuis van oudsher als enige woelmuissoort voor kwam, en veranderingen in de waterhuishouding (grondwaterpeil-verlaging, opheffen getijdenbeweging) vormen de grootste bedreigingen voor deze soort. Ook intensiever landgebruik (zowel maaien als beweiding), industrievestiging, vuilstort en toenemende recreatiedruk hebben een nadelige invloed.

De noordse woelmuis komt voor op de lijst van beschermde diersoorten behorend bij de Conventie van Bern en op de in 1994 verschenen Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland. Bovendien is de noordse woelmuis als enige prioritaire soort van ons land genoemd in de Habitatrichtlijn.

Om de noordse woelmuis voor ons land te behouden kan gedacht worden aan het op de juiste wijze beheren van gebieden waar de soort nu voorkomt. Er moet gestreefd worden naar het behoud van het isolement van de terreinen waar de soort als enige woelmuissoort leeft. Verder kunnen aanpassingen in het oeverbeheer leiden tot biotoopbescherming of -verbetering.